Uitspraak
16.5577 WIA
OVERWEGINGEN
vakantiebijslag reserveert;
genoten;
geen vakantiebijslag reserveert; en
Centrale Raad van Beroep
Appellante was in de referteperiode van 1 juni 2007 tot en met 31 mei 2008 werkzaam bij twee werkgevers en heeft een WIA-uitkering aangevraagd wegens arbeidsongeschiktheid die op 19 juni 2008 is ingetreden. Het UWV berekende het dagloon door het totale loon van € 6.732,50 te delen door 195 dagloondagen, uitgaande van 1 september 2007 als eerste dagloondag.
Appellante voerde aan dat alleen de daadwerkelijk gewerkte dagen in aanmerking genomen moeten worden, wat zou leiden tot een hogere dagloonberekening. Ook stelde zij dat de dagloondagen van januari 2008 buiten beschouwing moesten blijven omdat zij toen geen loon ontving. De rechtbank verwierp deze argumenten en stelde dat het aantal dagloondagen niet naar beneden kan worden bijgesteld.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. De Raad legt uit dat het begrip dagloondag in artikel 18 van Pro het Dagloonbesluit ziet op de eerste dag van de eerste dienstbetrekking in het refertejaar en dat het loon moet worden gedeeld door het aantal dagloondagen vanaf die dag tot het einde van het refertejaar, ongeacht of in die periode op alle dagen loon is genoten.
De Raad verwijst naar eerdere rechtspraak en benadrukt dat het historische loon in het refertejaar bepalend is voor het welvaartsniveau en dat periodes zonder loon invloed hebben op de hoogte van het dagloon. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de dagloonberekening van het UWV bevestigd.