ECLI:NL:RBMNE:2021:313
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen beëindiging Ziektewetuitkering na medische en arbeidskundige beoordeling
Eiseres, arbeidsongeschikt sinds september 2018, kreeg een Ziektewetuitkering die per 3 mei 2020 werd beëindigd omdat zij meer dan 65% van haar maatmanloon zou kunnen verdienen. Na bezwaar werd de functionele mogelijkhedenlijst (FML) aangepast, maar eiseres bleef het oneens en stelde beroep in. De rechtbank oordeelt dat het medisch onderzoek zorgvuldig is uitgevoerd, ondanks een telefonische hoorzitting met de dochter als tolk en het ontbreken van een lichamelijk onderzoek door de verzekeringsarts bezwaar en beroep. De primaire verzekeringsarts had wel lichamelijk onderzoek gedaan.
De medische beoordeling is juist bevonden; er zijn geen aanwijzingen voor beperkingen door psychische klachten, rugklachten of slaapproblemen die verder gaan dan vastgesteld. Eiseres bracht onvoldoende nieuwe medische informatie in, en haar eigen beleving is niet doorslaggevend. De arbeidsdeskundige stelde dat eiseres drie eenvoudige functies kan verrichten, passend bij haar belastbaarheid en opleidingsniveau. De rechtbank acht deze functies passend en vindt dat eiseres voldoende Nederlands spreekt om deze uit te oefenen.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de beëindiging van haar Ziektewetuitkering wordt ongegrond verklaard.