ECLI:NL:CRVB:2015:330
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- Rechtspraak.nl
Geen recht op WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellant, werkzaam als verificator, meldde zich ziek vanwege psychische klachten. Het UWV stelde vast dat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt is en wees zijn WIA-uitkering af. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij het medisch onderzoek en de arbeidskundige beoordeling als zorgvuldig en adequaat werden beoordeeld.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn beperkingen werden onderschat, met name vanwege een matig ernstige depressie en een vermeende toezegging van een urenbeperking door de verzekeringsarts. Tevens stelde hij dat de geselecteerde functies niet passend waren vanwege zijn opleidingsniveau en taalbeheersing.
De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat er geen aanleiding was voor nadere informatie-inwinning. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat geen duidelijke toezegging was gedaan. De arbeidskundige beoordeling werd bevestigd, waarbij werd vastgesteld dat appellant geschikt is voor eenvoudige functies met beperkte taalvereisten.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarmee de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geen recht heeft op een WIA-uitkering omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt is.