ECLI:NL:RBMNE:2021:3158
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen invorderingsrente bij terugvordering zorgtoeslag
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen de invorderingsrente die verweerder in rekening bracht bij de terugvordering van zorgtoeslag over 2018. De rechtbank oordeelt dat verweerder op grond van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir) verplicht is invorderingsrente te heffen wanneer betalingstermijnen worden overschreden, ook bij betalingsregelingen.
Hoewel verweerder in het bestreden besluit onvoldoende heeft gemotiveerd waarom invorderingsrente werd berekend, is dit gebrek in de beroepsfase hersteld. De rechtbank past artikel 6:22 Awb Pro toe en concludeert dat eiser hierdoor niet in zijn belangen is geschaad.
Eiser stelde dat hij niet op de hoogte was van de invorderingsrente en dat dit beter op de invorderingsbeschikking had moeten staan. De rechtbank acht dit onvoldoende, mede omdat verweerder aannemelijk heeft gemaakt dat de verplichting op de beschikking stond en eiser zich had moeten informeren.
De hoogte van de invorderingsrente is niet betwist. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en draagt verweerder op het betaalde griffierecht aan eiser te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen de invorderingsrente wordt ongegrond verklaard en verweerder moet het griffierecht aan eiser vergoeden.