ECLI:NL:RBMNE:2021:3301
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Omgevingsvergunning verplaatsing in- en uitrit toegewezen wegens onvoldoende motivering college
Eisers vroegen een omgevingsvergunning aan voor het verplaatsen van parkeerplaatsen en de in- en uitrit op hun perceel. Het college weigerde deze vergunning op basis van vermeend gevaar voor het verkeer op de weg. De rechtbank deed eerder een tussenuitspraak waarin werd geoordeeld dat voor het verplaatsen van parkeerplaatsen geen vergunning nodig is, maar dat de motivering voor de weigering van de uitrit onvoldoende was.
Het college kreeg de gelegenheid om zijn besluit nader te motiveren, maar de rechtbank oordeelde dat deze nadere motivering onvoldoende was. De verkeerskundige rapportage waarop het college zich baseerde, was onduidelijk en gaf geen bewijs van gevaar voor het verkeer. Ook het argument over het zicht door een haag werd door eisers gemotiveerd weerlegd.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit wegens strijd met artikel 7:12 van Pro de Awb en herroept het primaire besluit voor zover het ging om de parkeerplaatsen. De rechtbank wijst de aanvraag voor de parkeerplaatsen af omdat hiervoor geen vergunning nodig is, maar verleent zelf de omgevingsvergunning voor de verplaatsing van de in- en uitrit. Tevens wordt het griffierecht en de kosten van de deskundige aan eisers vergoed.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het besluit van het college en verleent de omgevingsvergunning voor de verplaatsing van de in- en uitrit.