ECLI:NL:RBMNE:2021:3338
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling standplaatsvergunning en beleidsregels in relatie tot Dienstenrichtlijn
Eiser had een standplaatsvergunning voor de verkoop van bloemen en planten op de markt in een gemeente, geldig tot november 2019. Verweerder verlengde de vergunning voor donderdag met een oppervlakte van 25m2, maar wees de aanvraag voor een grotere oppervlakte van 35m2 op woensdag en donderdag af. Eiser stelde dat de beleidsregels die de vergunningvoorwaarden bepalen niet voldoende gemotiveerd waren en in strijd met de Dienstenrichtlijn.
De rechtbank onderzocht de motivering van verweerder voor drie beperkingen: maximale oppervlakte, branchering en het maximumstelsel van vergunningen. Verweerder onderbouwde dat de beperkingen gerechtvaardigd zijn door belangen van verkeersveiligheid, openbare orde en een gevarieerd voorzieningenaanbod. De rechtbank oordeelde dat deze motivering toereikend is en dat de beperkingen niet evident in strijd zijn met de Dienstenrichtlijn.
Eiser voerde subsidiariteit aan dat bijzondere omstandigheden een afwijking van het beleid rechtvaardigen. De rechtbank stelde dat de omstandigheden van eiser tot het ondernemersrisico behoren en verweerder terecht geen afwijking toestond. Wel constateerde de rechtbank een gebrek in het bestreden besluit omdat verweerder pas in beroep zijn motivering gaf, maar dit gebrek leidde niet tot benadeling van eiser.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit, maar liet de rechtsgevolgen in stand omdat de motivering alsnog toereikend was. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.