ECLI:NL:RBMNE:2021:3359
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Waarde woning vastgesteld op €322.000 na beroep tegen WOZ-beschikking
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de WOZ-beschikking van verweerder waarin de waarde van zijn woning voor het jaar 2020 werd vastgesteld op €397.000. Verweerder stelde in beroep de waarde bij op €322.000, gebaseerd op een taxatie en vergelijkingsobjecten.
De rechtbank beoordeelde of de door verweerder voorgestane waarde niet te hoog was. Verweerder onderbouwde zijn waarde met een taxatieoverzicht en gebruikte vergelijkingsobjecten die voldoende vergelijkbaar waren. De aannames bij de waardebepaling waren inzichtelijk en gebaseerd op marktgegevens.
Eiser voerde aan dat de ligging aan een drukke weg en verschillen met de vergelijkingsobjecten onvoldoende waren meegenomen. Ook overhandigde hij een eigen taxatierapport met een lagere waarde van €264.000. De rechtbank vond echter dat verweerder aannemelijk had gemaakt dat de waarde van €322.000 niet te hoog was en dat het taxatierapport van eiser onvoldoende was om dit te betwijfelen.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak op bezwaar, stelde de waarde vast op €322.000, en verlaagde de aanslag dienovereenkomstig. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning wordt vastgesteld op €322.000 en het beroep wordt gegrond verklaard.