ECLI:NL:RBMNE:2021:3360
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling WOZ-waarde woning na betwisting en onderbouwing taxaties
Eiser, eigenaar van een woning uit 1903, betwistte de vastgestelde WOZ-waarde van €835.000 voor het belastingjaar 2020. Verweerder, de heffingsambtenaar van Hilversum, onderbouwde de waarde met een taxatieoverzicht van vijf vergelijkingsobjecten, terwijl eiser een eigen taxatierapport met drie vergelijkingsobjecten overlegde.
Beide partijen maakten aannames omtrent waardeontwikkeling, grondprijzen en kwaliteitsfactoren, die door de rechtbank als inzichtelijk werden beoordeeld. De verschillen in taxaties en gebruikte vergelijkingsobjecten leidden tot gerede twijfel over de juiste waarde.
De rechtbank concludeerde dat geen van beide partijen voldoende aannemelijk had gemaakt dat hun waarde juist was. Daarom stelde zij de waarde schattenderwijs vast op €770.000, vernietigde de eerdere uitspraak op bezwaar en paste de aanslag dienovereenkomstig aan.
Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en taxatiekosten aan eiser. De uitspraak is gedaan door rechter G.J. van Leijenhorst en griffier C. ten Klooster op 14 juni 2021.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning wordt vastgesteld op €770.000 en de aanslag dienovereenkomstig verminderd.