ECLI:NL:RBMNE:2021:3379
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing Wob-verzoek inzake documenten onder Advocatenwet vanwege bijzondere openbaarmakingsregeling
Eiser heeft bij verweerder een Wob-verzoek ingediend om documenten openbaar te maken die verband houden met een beëdigingsverzoek en het toezicht op advocaten. Verweerder wees dit verzoek af omdat de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) niet van toepassing is op documenten die onder een bijzondere en uitputtende regeling vallen, zoals die in de Advocatenwet.
Eiser voerde aan dat de gevraagde documenten niet uitsluitend tuchtrechtelijk van aard zijn en dat de Advocatenwet geen bijzondere openbaarmakingsregeling bevat voor beëdigingsverzoeken. De rechtbank oordeelt echter dat de Advocatenwet een bijzondere regeling vormt die het toezicht op advocaten regelt, inclusief beëdigingsverzoeken, en dat deze regeling uitputtend is, waardoor de Wob niet van toepassing is.
De rechtbank volgt de vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en bevestigt dat het verzoek betrekking heeft op documenten die onder het toezicht van de Advocatenwet vallen. Daarom is het beroep van eiser ongegrond verklaard en is er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het Wob-verzoek is ongegrond verklaard omdat de gevraagde documenten onder de bijzondere en uitputtende regeling van de Advocatenwet vallen.