ECLI:NL:RVS:2018:1970
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering openbaarmaking documenten op grond van bijzondere regeling Advocatenwet
In deze zaak verzocht appellant de Deken om openbaarmaking van documenten met betrekking tot een vermeende constructie van partneralimentatie onder de Trema-normen. De Deken weigerde dit verzoek omdat de gevraagde documenten niet aanwezig waren en omdat deze deel uitmaken van een klachtdossier dat valt onder de bijzondere openbaarmakingsregeling van de Advocatenwet.
Appellant maakte bezwaar en stelde beroep in tegen deze weigering, stellende dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de Advocatenwet een uitputtende openbaarmakingsregeling bevat en dat uitspraken van het Hof en de Raden van Discipline wel worden gepubliceerd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde deze uitspraak in hoger beroep.
De Afdeling overwoog dat de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) wijkt voor bijzondere regelingen zoals de Advocatenwet, mits deze uitputtend zijn en voorkomen dat de Wob afbreuk doet aan de werking van de bijzondere wet. De regeling inzake geheimhouding en openbaarmaking van tuchtrechtelijke maatregelen in de Advocatenwet is zodanig dat openbaarmaking van klachtdossiers via de Wob niet is toegestaan. Dit beschermt de belangen van advocaten en de goede werking van het tuchtrecht.
De Afdeling verwierp het betoog van appellant dat de uitspraak van 16 juli 2014 anders zou uitwijzen, omdat deze uitspraak dateert van vóór de wetswijziging van 1 januari 2015. Ook het feit dat beslissingen van het Hof en de Raden van Discipline openbaar worden uitgesproken, betekent niet dat het achterliggende klachtdossier openbaar gemaakt wordt. De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering tot openbaarmaking wordt bevestigd.