ECLI:NL:RBMNE:2021:3403
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ov-schuld wegens niet tijdig stopzetten studentenreisproduct na inschrijvingsprobleem
Eiser had een ov-schuld van €300,- omdat hij in september en oktober 2020 gebruik bleef maken van het studentenreisproduct terwijl hij geen recht meer had vanwege het ontbreken van een geldige inschrijving. Verweerder stelde vast dat eiser vanaf september 2020 niet meer ingeschreven stond en dat het reisproduct daarom niet meer toegekend mocht worden.
Eiser voerde aan dat hij door een administratieve fout van de universiteit Leiden zich niet tijdig kon inschrijven voor zijn masteropleiding filosofie en dat het niet tijdig stopzetten van het reisproduct hem daarom niet kan worden toegerekend. Hij overhandigde een verklaring van de universiteit en stelde dat de toerekenbaarheid bij de universiteit lag.
De rechtbank concludeerde echter dat uit de verklaring niet blijkt dat eiser niet eerder op de hoogte was van het probleem. Bovendien had eiser eerder zijn studiefinanciering per oktober 2020 stopgezet, wat duidt op kennis van het probleem. Het beroep op artikel 3.27, zevende lid, Wsf werd daarom verworpen en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de ov-schuld wordt ongegrond verklaard omdat hij niet heeft aangetoond dat het niet tijdig stopzetten van het studentenreisproduct hem niet kan worden toegerekend.