ECLI:NL:RBMNE:2021:3423
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Urgentieverklaring geweigerd wegens niet voldoen aan bindingseis en geen toepassing hardheidsclausule
Eiseres vroeg een urgentieverklaring aan vanwege haar dakloze situatie en het ontbreken van zelfstandige huisvesting. Verweerder weigerde deze verklaring omdat eiseres niet minimaal twee jaar onafgebroken ingezetene van de gemeente was op het moment van aanvraag, zoals vereist in de Huisvestingsverordening. Eiseres betoogde dat zij wel degelijk aan de bindingseis voldeed en dat de verordening in strijd was met hogere wetgeving en internationale verdragen.
De rechtbank oordeelde dat de Huisvestingsverordening rechtsgeldig was vastgesteld en dat de bindingseis terecht werd toegepast op de periode direct voorafgaand aan de aanvraag. Eiseres voldeed niet aan deze eis omdat zij pas sinds juni 2020 weer was ingeschreven. De rechtbank vond de uitleg van verweerder redelijk en in lijn met het doel van de urgentieverklaring.
Verder werd geoordeeld dat verweerder de hardheidsclausule terecht niet toepaste, omdat eiseres onvoldoende had onderbouwd dat zij in een uitzonderlijke situatie verkeerde. Ook de aangevoerde internationale verdragen en grondwettelijke bepalingen boden geen grond voor het toekennen van de urgentieverklaring. De rechtbank concludeerde dat het algemeen belang van een rechtvaardige woonruimteverdeling zwaarder woog dan het individuele belang van eiseres.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter L.M. Reijnierse op 21 juli 2021.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de weigering van de urgentieverklaring wegens niet voldoen aan de bindingseis en geen toepassing van de hardheidsclausule.