ECLI:NL:RBMNE:2021:3478
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ZW-uitkering na Eerstejaarsbeoordeling terecht
Eiser werkte als medewerker bij een autobedrijf en meldde zich ziek na het einde van zijn dienstverband in maart 2018. Verweerder stopte zijn ZW-uitkering per 6 december 2019 na een Eerstejaars Ziektewetbeoordeling, waarin werd vastgesteld dat eiser met voorbeeldfuncties meer dan 65% van zijn oude loon kan verdienen.
Eiser betwistte dit en voerde aan dat zijn beperkingen, waaronder ernstige migraine en later geconstateerde darmkanker, onvoldoende zijn meegewogen. De rechtbank toetste de medische en arbeidskundige rapporten en concludeerde dat deze zorgvuldig en begrijpelijk zijn opgesteld en dat eiser onvoldoende medische onderbouwing leverde om het oordeel te weerleggen.
De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep stelde passende functies vast die aansluiten bij de beperkingen van eiser, en de rechtbank vond geen reden om aan deze beoordeling te twijfelen. De conclusie is dat eiser vanaf 6 december 2019 geen recht meer heeft op een ZW-uitkering. Het beroep is ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de stopzetting van de ZW-uitkering per 6 december 2019.