ECLI:NL:CRVB:2023:404
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens voldoende verdiencapaciteit ondanks medische klachten
Appellant was werkzaam als medewerker in het autobedrijf van zijn zoon en meldde zich ziek met fysieke en psychische klachten, waarna zijn dienstverband werd beëindigd. Het UWV kende hem een Ziektewetuitkering toe, maar beëindigde deze later omdat hij volgens medisch en arbeidskundig onderzoek meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kon verdienen.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn migraineaanvallen, vermoeidheidsklachten en de diagnose darmkanker niet voldoende waren meegewogen, en dat de functies die het UWV had vastgesteld ongeschikt waren vanwege energetische en fysieke beperkingen. De verzekeringsarts en arbeidsdeskundige hadden echter zorgvuldig en gemotiveerd vastgesteld dat er geen aanleiding was voor een verdere urenbeperking of andere beperkingen.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank dat het medisch onderzoek zorgvuldig was, dat de medische situatie van appellant op de datum in geding juist was ingeschat, en dat de functies passend waren. Er was geen nieuwe medische informatie die het oordeel van het UWV kon weerleggen. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de beëindiging van de Ziektewetuitkering bevestigd.
Uitkomst: De beëindiging van de Ziektewetuitkering per 6 december 2019 wordt bevestigd.