ECLI:NL:RBMNE:2021:3489
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdig ingediend tegen besluit CAK over premie ziektekostenverzekering
Eiseres werd door VGZ Zorgverzekeraar aangemeld bij het CAK wegens het niet betalen van haar ziektekostenpremie gedurende zes maanden. Het CAK legde haar daarop een hogere bestuursrechtelijke premie op. Eiseres maakte bezwaar tegen dit besluit, maar het bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard door het CAK. Hiertegen stelde zij beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelde dat het beroep niet-ontvankelijk is omdat eiseres niet had voldaan aan de vereisten van artikel 6:12, tweede lid, Awb. Hoewel het CAK te laat besliste op het bezwaar, had eiseres het CAK eerst een ingebrekestelling moeten sturen en het CAK twee weken de tijd moeten geven om alsnog te beslissen. Dit was niet gebeurd.
Daarnaast stelde eiseres dat zij ten onrechte niet was gehoord in bezwaar. De rechtbank stelde vast dat het CAK op grond van artikel 7:3 Awb Pro mocht afzien van het horen omdat het bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk was. De rechtbank benadrukte dat het geschil over de verzekering bij VGZ niet via bestuursrecht kan worden opgelost, maar via de Stichting Klachten en Geschillen Zorgverzekeringen of een civiele procedure.
De rechtbank wees het beroep af en wees het verzoek om vrijstelling van griffierecht toe. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter Y. Sneevliet op 8 juli 2021.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdig ingediend beroep volgens artikel 6:12 Awb.