Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 januari 2021 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
Inleiding
Het geschil
Beoordeling door de rechtbank
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser ontvangt een WGA-uitkering sinds 2012, waarbij het voorschot achteraf definitief wordt vastgesteld. Verweerder stelde vast dat eiser teveel voorschot had ontvangen over twee perioden en vorderde terugbetaling via drie primaire besluiten. Eiser maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar het bezwaar tegen het eerste besluit werd te laat ingediend en daarom niet-ontvankelijk verklaard.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit omdat verweerder het bezwaar tegen het eerste primaire besluit onterecht ontvankelijk had verklaard. Vervolgens beoordeelt de rechtbank de bezwaren tegen de tweede en derde besluiten inhoudelijk. Eiser voerde aan dat er een dringende reden was om van terugvordering af te zien, maar dit werd niet aannemelijk gemaakt. Er waren geen gronden tegen het derde besluit.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit, verklaart het bezwaar tegen het eerste primaire besluit niet-ontvankelijk, en laat de rechtsgevolgen van de tweede en derde besluiten in stand. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Bezwaar tegen eerste besluit niet-ontvankelijk, terugvordering uit tweede en derde besluiten blijft in stand.