ECLI:NL:RBMNE:2021:3729
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling loonsanctie wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen door uitzendbureau
Eiseres, een uitzendbureau, heeft een loonsanctie opgelegd gekregen omdat zij volgens het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) onvoldoende re-integratie-inspanningen heeft verricht voor een werknemer die zich ziek had gemeld. De loonsanctie verlengde de loondoorbetalingsverplichting tot 26 mei 2020. Eiseres maakte bezwaar en stelde dat zij voldoende had gedaan, mede op basis van medische rapporten die een verslechterde belastbaarheid van de werknemer aangaven.
De rechtbank oordeelt dat de loonsanctie terecht is opgelegd. De periode van verwijtbare onvoldoende inspanningen werd vastgesteld van december 2017 tot april 2018 en van september 2018 tot januari 2019. In deze periodes had eiseres volgens de arbeidsdeskundigen mogelijkheden om re-integratie te bevorderen, maar werden adviezen niet opgevolgd en re-integratieactiviteiten niet ontplooid. Medische stukken onderbouwen niet dat de werknemer in deze periodes geheel niet belastbaar was.
De rechtbank benadrukt dat re-integratie een inspanningsverplichting is en geen resultaatsverplichting. Het feit dat de werknemer later een IVA-uitkering ontving, betekent niet dat eiseres voldoende had gedaan tijdens de wachttijd. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de loonsanctie gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep van het uitzendbureau tegen de loonsanctie wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen wordt ongegrond verklaard.