ECLI:NL:RBMNE:2021:3844
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde woning en indexatie van referentiewoningen
De zaak betreft een beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van een woning te Utrecht voor het belastingjaar 2020, vastgesteld op €184.000,- naar de waardepeildatum 1 januari 2019. Eiser vordert een lagere waarde van €157.000,-. Verweerder handhaaft de waarde en onderbouwt deze met een taxatiematrix waarin vijf vergelijkbare referentiewoningen zijn opgenomen.
De rechtbank beoordeelt of verweerder aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde niet te hoog is vastgesteld. Hoewel verweerder de verkoopprijzen van de referentiewoningen op onjuiste wijze naar de waardepeildatum heeft geïndexeerd, blijkt uit de taxatiematrix en de toelichting dat voldoende rekening is gehouden met verschillen in gebruiksoppervlakte, type woning, ligging en kwaliteit. Eiser betoogt dat verweerder niet alle stukken heeft overgelegd en dat er sprake is van een motiveringsgebrek, maar deze gronden worden verworpen.
Verder oordeelt de rechtbank dat het gebruikte rapport van VastgoedPro niet geschikt is voor de waardebepaling in Utrecht en dat verweerder de datum van koopovereenkomst als uitgangspunt had moeten nemen voor indexatie. Niettemin acht de rechtbank aannemelijk dat de waarde niet te hoog is vastgesteld. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard.