ECLI:NL:RBMNE:2021:3846
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Waarde WOZ woning met waardematrix gebrekkig onderbouwd maar beroep ongegrond
In deze bestuursrechtelijke zaak betwist eiser de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning aan de hand van een taxatierapport. Verweerder heeft de waarde vastgesteld op €146.000 en ondersteund met een waardematrix waarin drie referentiewoningen zijn vergeleken. De rechtbank beoordeelt of verweerder aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde niet te hoog is vastgesteld.
De rechtbank constateert dat verweerder de verkoopprijzen van referentiewoningen onjuist heeft geïndexeerd naar de waardepeildatum, wat een gebrekkige onderbouwing oplevert. Desondanks acht de rechtbank de verstrekte informatie voldoende om aan te nemen dat de waarde niet te hoog is vastgesteld, mede gezien de ligging, grootte en staat van onderhoud van de woning ten opzichte van de referenties.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst een proceskostenveroordeling af. De uitspraak is gedaan door rechter J.J. Catsburg op 23 juli 2021 en kan binnen zes weken worden aangevochten bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard.