ECLI:NL:RBMNE:2021:3897
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.R. van Es – de Vries
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen vastgestelde WOZ-waarde woning in Utrecht
Eiseres maakte bezwaar tegen de WOZ-waarde van haar woning in Utrecht, die door verweerder was vastgesteld op €680.000 per 1 januari 2019. Zij stelde een lagere waarde van €629.280,- voor en voerde onder meer aan dat de vergelijkingswoningen niet representatief waren en dat het gelijkheidsbeginsel werd geschonden.
Verweerder onderbouwde de waarde met het eigen aankoopcijfer van de woning, gekocht op 3 november 2018, en corrigeerde dit met een waardevermeerdering van €30.000,- vanwege verbeteringen aan de woning. Daarnaast werd een taxatierapport overgelegd met vijf referentiewoningen die qua ligging, bouwjaar en type vergelijkbaar waren.
De rechtbank oordeelde dat verweerder aannemelijk had gemaakt dat de waarde niet te hoog was vastgesteld. Het beroep faalde onder meer omdat eiseres onvoldoende aannemelijk maakte dat de vergelijkingswoningen niet vergelijkbaar waren, het gelijkheidsbeginsel niet slaagde, en verweerder vrij was in de keuze van referentiewoningen en bewijsmiddelen. Ook het ontbreken van een schouw was niet onrechtmatig.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €680.000 wordt ongegrond verklaard.