ECLI:NL:RBMNE:2021:3986
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens te late uitbetaling vakantiedagen bij uitdiensttreding
De zaak betreft een werknemer die vordert dat zijn werkgever de vakantiedagen eerder uitbetaalt, namelijk uiterlijk op de datum van uitdiensttreding. De werknemer baseert dit op het Reglement Arbeidsvoorwaarden waarin staat dat verrekening van vakantiedagen 'bij uitdiensttreding' plaatsvindt.
De kantonrechter past het Haviltex-criterium toe om de bepaling in het Reglement te interpreteren en concludeert dat de formulering ruimte laat voor uitbetaling na de datum van uitdiensttreding. Daarbij wordt ook de wettelijke regeling betrokken, die uitbetaling van loon over vakantiedagen na afloop van het dienstverband toestaat, met een redelijke termijn voor de eindafrekening.
De werkgever heeft het saldo van de vakantiedagen op 24 september 2020 uitbetaald, wat binnen de wettelijke termijn valt. De vordering van de werknemer wordt daarom afgewezen. De kantonrechter wijst erop dat de werkgever de vakantietoeslag tijdig heeft verrekend en dat de werknemer hierdoor tijdelijk financiële problemen had, maar deze kwestie wordt niet inhoudelijk beoordeeld.
De werknemer wordt veroordeeld in de proceskosten, die begroot zijn op € 374,00 plus wettelijke rente en bijkomende kosten bij niet-tijdige betaling.
Uitkomst: De vordering wegens te late uitbetaling van vakantiedagen wordt afgewezen en de werknemer wordt veroordeeld in de proceskosten.