ECLI:NL:RBMNE:2021:3991
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen dwangsom voor vervoeren inbrekerswerktuig in Utrecht
Eiser werd op 28 mei 2020 in Utrecht staande gehouden met zwarte werkhandschoenen, een grote schroevendraaier, twee zaklampjes en een plastic bakje met schroeven, terwijl hij reed op een gestolen snorfiets met verwijderd contactslot. Verweerder legde op grond van artikel 2:24 van Pro de Apv een dwangsom op wegens het vervoeren van inbrekerswerktuig.
Eiser voerde aan dat de goederen niet bestemd waren voor inbraak, hij niet strafrechtelijk vervolgd was en dat het besluit onevenredig zwaar was, omdat hij graag aan fietsen en bromfietsen sleutelt bij vrienden. Ook stelde hij dat het motiveringsbeginsel was geschonden.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht uitging van de bestuurlijke rapportage en dat de goederen onder de gegeven omstandigheden als inbrekerswerktuig konden worden aangemerkt. Het feit dat eiser op een gestolen snorfiets reed en zijn onduidelijke verklaring versterkten dit oordeel. Het besluit was niet in strijd met het evenredigheids- of motiveringsbeginsel. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de dwangsom wegens het vervoeren van inbrekerswerktuig wordt ongegrond verklaard.