Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
primair),
dan weldat hij op die datum en in die plaats heeft geholpen bij genoemde inbraak (
subsidiair),
dan weldat hij op die datum en in die plaats samen met anderen voornoemde goederen in bezit heeft gehad, terwijl hij wist of moest weten dat die goederen van een misdrijf afkomstig waren (
meer subsidiair);
3.INLEIDING
4.VOORVRAGEN
5.WAARDERING VAN HET BEWIJS
- het schoenspoor AAMW0815NL is veroorzaakt met een schoen die soortgelijk is aan de onderzochte linkerschoen van [verdachte] ;
- het schoenspoor AAMW0817NL is veroorzaakt met een schoen die soortgelijk is aan de onderzochte rechterschoen van [verdachte] ;
- het schoenspoor AAMW0818NL mogelijk is veroorzaakt met de onderzochte rechterschoen van [verdachte] .
6.BEWEZENVERKLARING
7.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
8.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
9.OPLEGGING VAN STRAF
- meldplicht bij de reclassering;
- gedragsinterventie middelengebruik;
- ambulante behandeling;
- begeleid wonen of maatschappelijke opvang;
- een contactverbod met de medeverdachten;
- meewerken aan schuldhulpverlening;
- meewerken aan middelencontrole;
- meewerken aan het verkrijgen van een dagbesteding.
10.BENADEELDE PARTIJ
11.VORDERING TENUITVOERLEGGING
12.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
13.BESLISSING
- verklaart de ten laste gelegde feiten bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;
- verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;
- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;
- verklaart verdachte strafbaar;
- veroordeelt verdachte tot een
- bepaalt dat de tijd door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht op de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- bepaalt dat van de gevangenisstraf een
- stelt daarbij een proeftijd van twee jaren vast;
- als voorwaarden gelden dat verdachte:
- waarbij Reclassering Nederland opdracht wordt gegeven als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, toezicht te houden op de naleving van deze voorwaarden (met uitzondering van het contactverbod) en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;
- veroordeelt verdachte tot een
- wijst de vordering van [slachtoffer 5] toe tot een bedrag van € 1.461,99, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 26 oktober 2019;
- veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling van het toegewezen bedrag aan [slachtoffer 5] , behalve voor zover deze vordering al door of namens een ander is betaald;
- legt verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 5] € 1.461,99, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 26 oktober 2019, aan de Staat te betalen, behalve voor zover dit bedrag al door of namens een ander is betaald, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door gijzeling van 24 dagen. De toepassing van die gijzeling heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op;
- bepaalt dat, indien en voor zover verdachte of een ander aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen;
- veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- wijst de vordering van [slachtoffer 4] toe tot een bedrag van € 250,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 26 oktober 2019;
- veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling van het toegewezen bedrag aan [slachtoffer 4] , behalve voor zover deze vordering al door of namens een ander is betaald;
- bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering is en bepaalt dat dit gedeelte kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- legt verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 4] € 250,‑, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 26 oktober 2019, aan de Staat te betalen, behalve voor zover dit bedrag al door of namens een ander is betaald, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door gijzeling van 5 dagen. De toepassing van die gijzeling heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op;
- bepaalt dat, indien en voor zover verdachte of een ander aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen;
- veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- wijst de vordering tot tenuitvoerlegging van de door de politierechter in de Rechtbank Gelderland bij vonnis van 6 november 2017 opgelegde voorwaardelijke vrijheidsstraf toe;
- gelast in plaats van de vrijheidsstraf het verrichten van een taakstraf voor de duur van 120 uren;
- beveelt dat voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet of niet naar behoren verricht de taakstraf wordt vervangen door 30 dagen hechtenis;