Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de voorzieningenrechter van 25 augustus 2021 in de zaak tussen
[verzoeker] , te [woonplaats] , verzoeker
de burgemeester van de gemeente Utrecht, verweerder(gemachtigde: M. Akkersdijk).
Als derde-partij neemt aan het geding deel: Stichting Mitros, te Utrecht
Procesverloop
Overwegingen
In de woning is aangetroffen:
In de kelderbox/berging is aangetroffen:
In de auto waarvan de sleutels in de woning lagen is aangetroffen:
De bevoegdheid tot sluiting
De burgemeester is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang indien in woningen of lokalen dan wel in of op bij woningen of zodanige lokalen behorende erven een middel als bedoeld in lijst I of II wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is." Uit de bestuurlijke rapportage volgt dat er een grote hoeveelheid drugs is aangetroffen. Als uitgangspunt wordt aanvaard dat bij aanwezigheid van meer dan 5 gram of 5 planten softdrugs de aangetroffen hoeveelheid softdrugs in beginsel (mede) bestemd wordt geacht voor de verkoop, aflevering of verstrekking. Het is dan vervolgens aan de rechthebbende op de woning om aannemelijk te maken dat de aangetroffen hoeveelheid softdrugs niet voor verkoop, verstrekking of aflevering aanwezig was. [1] Bovendien zijn er goederen aangetroffen die in verband kunnen worden gebracht met de grootschalige hennepteelt. Tevens is er een vuurwapen aangetroffen, tezamen met contant geld met inktvlekken en dure merkkleding en horloges. De enkele stelling van verzoeker die er op neerkomt dat de feiten uit de bestuurlijke rapportage onjuist zijn, vindt de voorzieningenrechter onvoldoende voor het oordeel dat verweerder niet mocht uitgaan van wat er op deze punten in de bestuurlijke rapportage is opgenomen. De voorzieningenrechter ziet ook verder geen aanknopingspunten voor twijfel aan (weergave van) de bevindingen van de politie op de dag van de doorzoeking in de woning. Daarbij neemt de voorzieningenrechter ook in aanmerking dat verzoeker blijkens de bestuurlijke rapportage ten overstaan van de politie heeft verklaard dat de aanwezige hasj, zowel in de woning als in de kelderbox, van hem was en dat hij de spullen in de kelderbox bewaarde voor iemand anders. Hij wilde niet vertellen voor wie hij de spullen bewaarde. Dat hij nu zonder verdere toelichting terugkomt op die eerdere verklaring betekent niet dat verweerder niet van de juistheid van de bestuurlijke rapportage mocht uitgaan.
stash housevoor cocaïne werd gebruikt. Verweerder heeft zich gezien de ernst van de aangetroffen situatie ook in redelijkheid op het standpunt gesteld dat van sluiting van de woning (ook) een signaal uitgaat. Het laat het criminele circuit en buurtbewoners zien dat dergelijke activiteiten niet worden getolereerd en dat het loont om meldingen hierover te doen. In een kwetsbare wijk als [wijk] heeft verweerder ook daaraan een groot gewicht mogen toekennen. Gezien al deze omstandigheden heeft verweerder naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter in redelijkheid overwogen dat een sluiting noodzakelijk is voor het herstellen van de openbare orde.
Verwijtbaarheid
De gevolgen van de sluiting