Uitspraak
Datum uitspraak: 16 juni 2021
Raad van State
De burgemeester van Almere legde aan de wederpartij een last onder dwangsom op na het aantreffen van meer dan vijf hennepplanten in diens woning en balkon, hetgeen volgens de Opiumwet duidt op handel. De wederpartij voerde aan dat de planten uitsluitend voor eigen gebruik waren, ondersteund door medische en ondersteuningsrapportages.
De rechtbank oordeelde aanvankelijk dat de wederpartij dit aannemelijk had gemaakt, maar de burgemeester ging in hoger beroep. De Raad van State stelde vast dat de aanwezigheid van een kweektent, een 600 Watt lamp en diefstal van stroom indicatoren zijn voor beroepsmatige teelt en dat de wederpartij niet consistent was in zijn verklaringen.
De Afdeling bestuursrechtspraak concludeerde dat de burgemeester terecht de last onder dwangsom oplegde en dat de opgelegde dwangsom proportioneel was binnen het Damoclesbeleid. Het beroep van de wederpartij werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.
Uitkomst: De last onder dwangsom van € 25.000,- wegens beroepsmatige hennepkweek is terecht opgelegd en het beroep van de wederpartij wordt ongegrond verklaard.