Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 september 2021 in de zaak tussen
[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente [plaats] , verweerder
Procesverloop
“(…). Ik kan u zeggen dat zij hier in het begin een paar nachten heeft geslapen, maar dit was op een hand te tellen.”
“Ik heb nooit begrepen waarom zij wel af en toe een betaling aan ons overmaakte terwijl zij geen gebruik van de kamer bij ons maakte.(…)”Verder stelt de rechtbank vast dat eiseres de huurbetalingen over een lange periode [5] niet heeft aangetoond. Er zijn langere tijd geen afschrijvingen van eiseres haar rekening gedaan voor het betalen van de huur. Eiseres betwist dit niet. Ook weerspreekt zij niet dat de opnames van haar rekening onvoldoende zijn geweest om de huur in de periode in geding contant te betalen. Wel brengt eisers hier tegenin dat zij een lage uitkering heeft ontvangen, naar de kostendelersnorm, en dat het dus niet verwonderlijk is dat het niet altijd lukte alle vaste lasten hiervan te voldoen. Eiseres heeft geen kwitanties van de verhuurder ontvangen en stelt contante betalingen in goed vertrouwen te hebben gedaan. Opvallend is dat eiseres nog wel een periode [6] diverse vaste lasten heeft voldaan voor de woning aan de [adres 2] te [plaats] . Verder heeft het overgrote deel van de financiële transacties in [plaats] plaatsgevonden en niet in [woonplaats] . Daarnaast heeft eiseres zelf verklaard dat zij regelmatig in [plaats] was en dat haar sociale leven zich met name daar afspeelde.