Uitspraak
18.3214 PW
1 mei 2018, 17/5255 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontving sinds januari 2015 bijstand en gaf op te wonen op een specifiek adres. Na meerdere niet nagekomen afspraken en een onderzoek door de gemeente, waarbij een huisbezoek en buurtonderzoek plaatsvonden, concludeerde het college dat appellant niet op het uitkeringsadres woonde.
Het college trok de bijstand in met ingang van maart 2017 wegens schending van de inlichtingenverplichting. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep voerde appellant onder meer aan dat sprake zou zijn van uitwijkjurisprudentie, wat de Raad verwierp.
De Raad stelde vast dat het hoofdverblijf bepaald wordt aan de hand van concrete feiten en omstandigheden, en dat de verklaringen van appellant en de bevindingen van het huisbezoek en buurtonderzoek een toereikende grondslag vormen voor het besluit van het college. Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wegens niet wonen op het uitkeringsadres wordt bevestigd.