ECLI:NL:RBMNE:2021:4250
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde vrijstaande woning en tijdigheid verweerschrift
In deze bestuursrechtelijke zaak staat de vastgestelde WOZ-waarde van een vrijstaande woning centraal. De gemeente had de waarde vastgesteld op €439.000,-, welke na bezwaar werd verlaagd naar €404.000,-. Eiser betwist deze waarde en stelt dat het verweerschrift met bijlagen te laat is ingediend en dat de waarde te hoog is vastgesteld.
De rechtbank oordeelt dat het te laat indienen van het verweerschrift geen strijd oplevert met de goede procesorde, mede omdat het een niet-complexe zaak betreft en de gemachtigde van eiser voldoende gelegenheid had om kennis te nemen van de stukken en hierop te reageren. De rechtbank handhaaft de waarde van €404.000,- omdat verweerder aannemelijk heeft gemaakt dat deze niet te hoog is vastgesteld.
De rechtbank stelt vast dat de door verweerder gebruikte referentiewoningen vergelijkbaar zijn en dat de correcties voor ligging en staat van onderhoud adequaat zijn toegepast. De door eiser aangedragen lagere waarde wordt onvoldoende onderbouwd geacht. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de WOZ-waarde van €404.000,- wordt gehandhaafd.