ECLI:NL:RBMNE:2021:4364
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond tegen WOZ-waarde woning; waarde vastgesteld op €340.000
In deze bestuursrechtelijke zaak staat de WOZ-waarde van een twee-onder-een-kapwoning uit 1975 centraal. De gemeente had de waarde voor het belastingjaar 2020 vastgesteld op €352.000, maar de erfgenaam van de eigenaar betwistte deze waarde en stelde een lagere waarde van €307.000 voor.
De rechtbank oordeelt dat de gemeente niet aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde niet te hoog is vastgesteld, met name omdat de woning gedateerde voorzieningen en achterstallig onderhoud heeft, terwijl de referentiewoningen goed onderhouden en gemoderniseerd zijn. De waarde van €307.000 door eiser is echter onvoldoende onderbouwd.
Gezien de omstandigheden stelt de rechtbank de waarde schattenderwijs vast op €340.000 en beveelt vermindering van de aanslag onroerendezaakbelasting. Tevens veroordeelt de rechtbank de gemeente tot vergoeding van de proceskosten van €1.598 en het betaalde griffierecht van €48 aan eiser.
De uitspraak vernietigt de eerdere uitspraak op bezwaar en treedt in de plaats daarvan. Partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning wordt vastgesteld op €340.000 en de aanslag onroerendezaakbelasting dienovereenkomstig verminderd.