ECLI:NL:RBMNE:2021:4426
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
WOZ-waarde geschakelde hoekwoning niet lager vastgesteld ondanks betwisting
De rechtbank Midden-Nederland behandelde het beroep van eiseres tegen de vastgestelde WOZ-waarde van haar woning, een geschakelde hoekwoning, vastgesteld op €253.000 voor het belastingjaar 2020. Eiseres stelde dat de waarde te hoog was en betwistte onder meer de vergelijkbaarheid met referentiewoningen, de toepassing van artikel 40 Wet Pro WOZ en de gebruikte indexering.
Verweerder onderbouwde de waarde met een taxatiematrix waarin vier referentiewoningen werden vergeleken. De rechtbank oordeelde dat één referentiewoning, een geschakelde hoekwoning, onvoldoende vergelijkbaar was en liet deze buiten beschouwing. Met de overige referentiewoningen achtte de rechtbank de waarde aannemelijk.
Eiseres voerde aan dat verweerder niet voldeed aan informatieverzoeken en dat voorzieningen gedateerd waren, maar de rechtbank vond dat eiseres tijdens de hoorzitting geen herhaald verzoek deed en dat de gedateerde voorzieningen en lekkage onvoldoende onderbouwd waren om de waarde te verlagen.
Ook de vermeende foutieve indexering werd niet gegrond verklaard omdat het verschil nihil was. De rechtbank concludeerde dat de vastgestelde WOZ-waarde niet te hoog was en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard en de waarde van €253.000 blijft gehandhaafd.