ECLI:NL:RBMNE:2021:4441
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen vastgestelde WOZ-waarde woning in Kanaleneiland ongegrond verklaard
In deze bestuursrechtelijke zaak betwist eiser de vastgestelde WOZ-waarde van zijn appartement in Kanaleneiland, Utrecht, voor het belastingjaar 2020. Verweerder had de waarde vastgesteld op €199.000,- per 1 januari 2019, welke eiser te hoog achtte en stelde een waarde van €181.000,- voor. Na een ongegrond verklaard bezwaar stelde eiser beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelde dat verweerder met een taxatiematrix, waarin vier vergelijkbare woningen in dezelfde wijk werden vergeleken, voldoende aannemelijk had gemaakt dat de WOZ-waarde niet te hoog was vastgesteld. Hierbij werd rekening gehouden met verschillen in gebruiksoppervlakte, bouwjaar en staat van onderhoud. Tevens was correctie toegepast voor het aandeel in het reservefonds van de Vereniging van Eigenaren, wat eiser niet had betwist.
Eiser voerde verder aan dat asbest aanwezig was en dat de voorzieningen gedateerd waren, maar verweerder had toegelicht dat de woning en referentiewoningen vergelijkbaar waren en dat er geen of beperkte asbest aanwezig was. De rechtbank vond de toelichtingen van verweerder overtuigend en verwierp de beroepsgronden. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €199.000,- wordt ongegrond verklaard.