ECLI:NL:RBMNE:2021:4445
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering terecht; geen Amber-beoordeling vereist
Eiseres ontving een Ziektewetuitkering die per 1 september 2020 werd beëindigd omdat zij volgens de verzekeringsarts weer arbeidsgeschikt werd geacht voor haar eigen werk. Eiseres voerde aan dat verweerder ten onrechte geen Amber-beoordeling had uitgevoerd, omdat haar beperkingen waren toegenomen, onder meer door het gebruik van een TENS-apparaat en verergerde rugklachten met uitval van haar linkerbeen.
De rechtbank oordeelt dat het bezwaar van eiseres tegen het niet uitvoeren van een Amber-beoordeling buiten de procedure valt, omdat het hier gaat om de beëindiging van de ZW-uitkering en niet om een WIA-uitkering. De verzekeringsarts heeft in zijn rapportage aangegeven dat er geen sprake is van toegenomen beperkingen en dat de ZW-beoordeling geen uitspraak hoeft te doen over de Amber-beoordeling.
Verder heeft eiseres haar klachten aan het linkerbeen niet medisch onderbouwd en zijn deze niet geobjectiveerd. Het TENS-apparaat levert volgens de verzekeringsarts beperkingen op, maar deze zijn niet relevant voor de functies die in de WIA-beoordeling als geschikt zijn aangemerkt. De rechtbank volgt dit standpunt en concludeert dat de ZW-uitkering terecht is beëindigd.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling uitgesproken. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de beëindiging van haar ZW-uitkering wordt ongegrond verklaard.