Uitspraak
Rechtbank Midden-Nederland
uitspraak d.d. 1 september 2021
de heffingsambtenaar van de gemeente [plaats] , verweerder.
Procesverloop
de Wet WOZ) de waarde op 1 januari 2019 (
de waardepeildatum) van de onroerende zaak 2e [adres] te [plaats] (
de woning) voor het kalenderjaar 2020 vastgesteld op € 325.000. Met de beschikking is in één geschrift bekendgemaakt en verenigd de aan eiser voor het jaar 2020 naar een heffingsmaatstaf van eveneens € 325.000 opgelegde aanslag in de van eigenaren geheven onroerendezaakbelasting van de gemeente [plaats] (
de aanslag).
Beoordeling
- foto’s van de woning, de panden [adres] , 26 en 28, het pand [adres] en het pand 3e [adres] ;
- een overzicht van gegevens van de woning en drie van de hiervoor genoemde panden, te weten [adres] , [adres] en [adres] (
Taxatieoverzicht Vw)
vergelijkingsobjecten) een “Vastgoedkaart Woningen” overgelegd
Taxatieverslag) [2] . Het Taxatieverslag is opgemaakt ter onderbouwing ten behoeve van eiser van de bij de beschikking vastgestelde waarde van € 325.000. Bij zijn verweerschrift heeft verweerder de door hem bij de uitspraak op bezwaar nader vastgestelde waarde van de woning van € 285.000 onderbouwd met het Taxatieoverzicht Vw (zie onder 4). Bij de beoordeling of verweerder erin is geslaagd aannemelijk te maken dat de nader vastgestelde waarde van € 285.000 niet te hoog is, zal de rechtbank daarom uitgaan van de in het Taxatieoverzicht Vw gegeven onderbouwing van de nader vastgestelde waarde.
de tussentijdse waardeontwikkeling). Verweerder is daarbij uitgegaan van een waardestijging van 1% per maand.
de gecorrigeerde verkoopprijs) van elk vergelijkingsobject is verdeeld in drie parten: de deelwaarde van de grond (berekend door het aantal m2 grond van elk vergelijkingsobject – respectievelijk 74 m2 ( [adres] ), 85 m2 ( [adres] ), 123 m2 ( [adres] ) en 93 m2 (3e [adres] ) – te vermenigvuldigen met een rekenprijs per m2 van € 574), de deelwaarde van berging (in alle gevallen € 5.000) en de na aftrek van de deelwaarden van de grond en de berging overblijvende deelwaarde van het vergelijkingsobject (
hoofdgebouw). De deelwaarden van het hoofdgebouwen van elk vergelijkingsobject heeft verweerder berekend door de gecorrigeerde verkoopprijs van het vergelijkingsobject te verminderen met de deelwaarden van de tot het vergelijkingsobject horende grond en berging. De zo berekende deelwaarden van de hoofdgebouwen van de vergelijkingsobjecten bedragen respectievelijk
€ 5.000. Ook tegen de wijze waarop verweerderde correctie voor de tussentijdse waardeontwikkeling van 1% per maand heeft bepaald, heeft hij niets aangevoerd. Wel stelt eiser dat een tussentijdse waardestijging van 8% per jaar volgens hem realistischer is. Met betrekking tot de toekenning van kwalificaties voor ligging, kwaliteit, onderhoud, doelmatigheid, voorzieningen en ligging en de bepaling van de correctiepercentages voor de afwijkingen per punt per kwalificatie, heeft eiser aangevoerd dat het vergelijkingsobject
[adres] in alle opzichten vrijwel identiek is aan de woning zodat de kwalificaties voor ligging, kwaliteit, onderhoud, doelmatigheid, voorzieningen en ligging voor dit vergelijkingsobject en de woning ook gelijk dienen te zijn.
(zie onder 3). Met deze verschillen, zowel wat betreft de afmetingen van de woning en deze panden, als wat betreft de ‘secundaire objectkenmerken’ – de ligging, de kwaliteit, het onderhoud, de uitstraling, de doelmatigheid en de voorzieningen van (de hoofdgebouwen) van de genoemde panden en de woning –, heeft verweerder, gelet op de wijze waarop hij bij de herleiding van de waarde van de woning op waardepeildatum uit de verkoopprijzen van de vergelijkingsobjecten tewerk is gegaan (zie onder 9), in voldoende mate rekening gehouden.