Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de voorzieningenrechter van 20 september 2021 in de zaak tussen
[verzoekster] , te [woonplaats] , verzoekster
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Almere, verweerder(gemachtigde: mr. S. Toxopeus).
Inleiding en procesverloop
8 dagdelen groepsbehandeling en 4 uur individuele behandeling per week.
Overwegingen
1 april 2021 werd het voor verweerder duidelijk dat er een verwijzing voor [A] naar zorg lag. Dat blijkt ook uit de bevestiging van de melding die verzoekster op 6 april 2021 heeft ontvangen. In die bevestiging staat dat medewerkers jeugdhulp van de Jeugdgezondheidszorg Almere binnen vijf werkdagen contact met verzoekster op zouden nemen. Hoewel uit de stukken niet blijkt van enig contact na de e-mail van 6 april 2021 is namens verzoekster op zitting toegelicht dat er contact tussen verzoekster en verweerder is geweest. Dit contact is er kennelijk met name over gegaan dat voor zorg in te kopen bij Raeger geen pgb kon worden verkregen.
Daaruit blijkt dat het dus in het belang van [A] is dat de zorg die nu is ingezet wordt voortgezet. Anderzijds kan het niet zo zijn dat verweerder, omdat de zorg nu is ingezet door Raeger, voor een voldongen feit kan worden gesteld en verplicht gesteld kan worden die zorg voor onbepaalde tijd (via een pgb) te financieren.