ECLI:NL:RBMNE:2021:4739
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen WOZ-waarde woning: rechtbank stelt waarde schattenderwijs vast op €295.000
Eiser betwistte de door verweerder vastgestelde WOZ-waarde van €302.000 voor zijn woning aan een adres te een woonplaats, stellende dat de waarde te hoog is. Verweerder handhaafde de waarde en onderbouwde dit met een taxatiematrix en referentiewoningen. Tijdens de zitting, gehouden via Skype, was eiser niet aanwezig maar wel zijn gemachtigde.
De rechtbank beoordeelde de aangevoerde referentiewoningen en concludeerde dat verweerder niet aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde niet te hoog is vastgesteld. Twee referentiewoningen rechtvaardigen een lagere waarde per m² en bij een derde woning bestonden sterke twijfels over de juiste waardering. Eiser maakte zijn lagere waardevoorstel van €292.500 niet voldoende aannemelijk.
Daarom stelde de rechtbank de WOZ-waarde schattenderwijs vast op €295.000. Tevens vernietigde de rechtbank de uitspraak op bezwaar, bepaalde dat verweerder de aanslag onroerendezaakbelastingen dienovereenkomstig vermindert en veroordeelde verweerder in de proceskosten van eiser. Verweerder moet ook het betaalde griffierecht vergoeden.
Uitkomst: De rechtbank stelt de WOZ-waarde schattenderwijs vast op €295.000 en vermindert de aanslag onroerendezaakbelastingen dienovereenkomstig.