ECLI:NL:RBMNE:2021:4768
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond op kinderbijslag wegens niet-verzekerd verblijf ondanks rechtmatig verblijf
Eiseres, met de Marokkaanse nationaliteit, diende een aanvraag in voor kinderbijslag voor haar kinderen over het eerste kwartaal van 2021. Verweerder, de Sociale Verzekeringsbank, weigerde de kinderbijslag toe te kennen omdat eiseres niet verzekerd was onder de Algemene Kinderbijslagwet (AKW).
Eiseres voerde aan rechtmatig verblijf te hebben en beriep zich op artikel 6, vierde lid van de AKW in samenhang met artikel 10, tweede lid, sub b, van het Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1999. Tevens stelde zij dat haar kinderen een bijstandsuitkering ontvingen, wat haar verzekeringsstatus zou bevestigen.
De rechtbank stelde vast dat eiseres op de peildatum 1 januari 2021 rechtmatig verblijf had op grond van artikel 8, onder h, van de Vreemdelingenwet 2000. Echter, omdat zij geen arbeid in Nederland verrichtte en dus niet onder de kring van verzekerden viel, had zij geen recht op kinderbijslag. Het feit dat haar kinderen een bijstandsuitkering ontvingen, veranderde hier niets aan.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en verleende eiseres vrijstelling van griffierecht wegens betalingsonmacht. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep van eiseres op kinderbijslag wordt ongegrond verklaard omdat zij niet verzekerd was onder de AKW.