De rechtbank Midden-Nederland heeft verdachte veroordeeld voor het gewoontebezit en verspreiden van kinderporno over een periode van circa tien jaar en het bezit van dierenpornografisch materiaal. Verdachte bekende het bezit en verspreiden van kinderporno en het bezit van dierenporno, maar werd vrijgesproken van het gewoonte maken van het verspreiden van kinderporno en het bezit van dierenporno.
De rechtbank baseerde haar oordeel op diverse bewijsmiddelen, waaronder gegevensdragers met honderden foto’s en video’s, verklaringen van verdachte en proces-verbalen. De ernst van de feiten werd benadrukt, mede vanwege de gewelddadige aard van het materiaal en de lange duur van het misdrijf. Verdachte verspreidde kinderporno via het dark web en droeg daarmee bij aan het in stand houden van kindermisbruik.
Bij de strafoplegging hield de rechtbank rekening met de ernst van de feiten, de persoonlijke omstandigheden van verdachte en het advies van de reclassering. Verdachte kreeg een gevangenisstraf van 20 maanden, waarvan 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar. Aan het voorwaardelijke deel zijn bijzondere voorwaarden verbonden, waaronder meldplicht, behandeling van verslavingsproblematiek, en controle van digitale gegevensdragers om herhaling te voorkomen.
De rechtbank hechtte aan het belang van hulpverlening en preventie en legde beperkingen op aan de controle van digitale gegevensdragers, die maximaal drie keer per jaar mag plaatsvinden door de reclassering en digitale recherche. Tevens werd het bevel tot schorsing van de voorlopige hechtenis opgeheven.