ECLI:NL:RBMNE:2021:4803
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen vastgestelde WOZ-waarde van appartement met balkon en parkeerplaatsen
Eiser maakte bezwaar tegen de WOZ-waarde van zijn appartement, vastgesteld op €748.000 voor het belastingjaar 2020, en vorderde een lagere waarde van €615.000. Verweerder handhaafde de waarde en ondersteunde dit met een taxatiematrix en toelichting.
De rechtbank oordeelde dat verweerder de bewijslast droeg om aan te tonen dat de waarde niet te hoog was vastgesteld. De taxatiematrix, gebaseerd op vergelijkingen met referentiewoningen, maakte aannemelijk dat de waardebepaling zorgvuldig was uitgevoerd. Eiser voerde onder meer aan dat het indexeringspercentage niet inzichtelijk was en dat er onterecht geen onderscheid werd gemaakt tussen balkon en dakterras.
De rechtbank verwierp deze bezwaren, omdat het indexeringspercentage in lijn was met marktgegevens en de waardering van balkon en dakterras op gelijke wijze was onderbouwd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €748.000 wordt ongegrond verklaard.