Eiser betwist de WOZ-waarde van zijn woning, vastgesteld op €363.000,- voor het belastingjaar 2019, omdat verweerder een waardestijging toepaste die niet inzichtelijk is gemaakt. De woning is gekocht voor €355.000,- op 4 juli 2017, en verweerder indexeerde deze koopsom met 10,71% op basis van een permanente marktanalyse, waarvan de onderliggende verkoopcijfers niet zijn verstrekt.
De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht rekening houdt met waardestijging, maar dat het ontbreken van transparantie over de gebruikte gegevens leidt tot een 'black box'-situatie, waardoor verweerder niet heeft aangetoond dat de waarde niet te hoog is vastgesteld. Eiser slaagt er niet in aannemelijk te maken dat de waarde gelijk aan de koopsom moet zijn, omdat de aankoop vóór de waardepeildatum lag en waardeveranderingen relevant zijn.
De rechtbank stelt daarom de waarde schattenderwijs vast op €360.000,-, verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en wijzigt de WOZ-beschikking. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van eiser.