ECLI:NL:RBMNE:2021:4809
Rechtbank Midden-Nederland
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Afwijzing Tozo-uitkering wegens niet tijdige inschrijving bij Kamer van Koophandel
Eiser verzocht om een uitkering op grond van de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo 3), maar deze aanvraag werd door verweerder afgewezen omdat eiser niet op de verplichte datum van 17 maart 2020 als zelfstandige stond ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel (KvK).
Eiser stelde dat hij al op 1 maart 2020 was gestart als zelfstandig ondernemer en dat zijn latere inschrijving op 18 maart 2020 te wijten was aan vertragingen bij de KvK. Hij verwees daarbij naar een uitspraak van de rechtbank Amsterdam en een wijziging in de Tozo-regeling.
De rechtbank oordeelde dat de Tozo-regeling expliciet vereist dat de inschrijving bij de KvK op 17 maart 2020 moet zijn geweest. De feitelijke startdatum van de werkzaamheden is niet bepalend. Omdat eiser pas op 18 maart 2020 was ingeschreven, voldeed hij niet aan deze voorwaarde. De eerdere afspraak bij de KvK en de wijziging in de regeling boden geen grond om hiervan af te wijken.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en zag geen aanleiding tot toekenning van proceskosten. Tegen dit vonnis kan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat eiser niet op 17 maart 2020 was ingeschreven bij de Kamer van Koophandel.