ECLI:NL:RBMNE:2021:4828

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
4 mei 2021
Publicatiedatum
11 oktober 2021
Zaaknummer
AWB - 20 _ 4682
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing aanvraag hoog persoonlijk kilometerbudget wegens mogelijkheid tot treinreis met begeleiding

Eiser, bekend met een orthostatische tremor, vroeg om een hoog persoonlijk kilometerbudget (hpkb) op grond van de Valys-regeling. Dit budget biedt meer kilometers taxi dan het standaardbudget voor mensen die niet met de trein kunnen reizen. Verweerder wees de aanvraag af omdat eiser volgens medisch advies met hulpmiddelen en begeleiding met de trein kan reizen.

Eiser voerde aan dat hij vanwege zijn neurologische aandoening en fysieke beperkingen niet zelfstandig of met begeleiding het openbaar vervoer kan gebruiken. Hij overwoog dat rolstoelgebruik vanwege overgewicht problematisch is en dat hij geen partner heeft voor begeleiding. Medische stukken werden overgelegd ter onderbouwing.

De rechtbank oordeelde dat de medische beoordeling door de arts voldoende was en dat de overgelegde aanvullende medische stukken geen nieuwe relevante informatie bevatten. De orthostatische tremor veroorzaakt klachten in staande houding, maar niet zittend, waardoor reizen met rolstoel en begeleider mogelijk is. Het feit dat eiser niet zelfstandig kan reizen is onvoldoende om een hpkb toe te kennen.

Het beroep is daarom ongegrond verklaard. De rechtbank benadrukte dat voorzieningen zoals een OV-begeleiderskaart en NS-assistentie beschikbaar zijn en dat het ontbreken van een partner geen belemmering vormt. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het hoog persoonlijk kilometerbudget is ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 20/4682

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 mei 2021 in de zaak tussen

[eiser] , te [woonplaats] , eiser

(gemachtigde: mr. M.E. Beukers),
en

FMMU Advies B.V., verweerder

(gemachtigde: mr. T.C. van Eck).

Procesverloop

Bij besluit van 2 oktober 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder eisers aanvraag om toekenning van een hoog persoonlijk kilometerbudget (hpkb) op grond van de Valys-regeling afgewezen.
Bij besluit van 13 novemeber 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 31 maart 2021 via Skype. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. De rechtbank gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.
1.1.
Eiser, geboren in 1989, is bekend met een orthostatische tremor. Hij beschikt over een Valys-pas met een standaard persoonlijk kilometerbudget (standaard pkb). Met zijn huidige pas beschikt eiser over een standaard of laag kilometer budget (laag pkb), waarmee hij recht heeft om op jaarbasis maximaal 700 kilometer met de taxi te reizen tegen een tarief van € 0,20 per kilometer.
1.2.
Voor reizigers met een beperking die in het geheel niet in staat zijn gebruik te maken van de trein en geen alternatief voor het taxivervoer hebben, kan worden voorzien in een hpkb
waarmee op jaarbasis maximaal 2350 kilometer tegen € 0,20 per kilometer van de taxi gebruik kan worden gemaakt.
1.2.
Op 1 september 2020 heeft eiser bij de FMMU een aanvraag ingediend om toekenning van een hpkb.
1.3.
Verweerder heeft de aanvraag afgewezen. Volgens verweerder komt eiser niet in aanmerking voor een hpkb omdat hij in staat wordt geacht te reizen met de trein, met gebruikmaking van een rolstoel of zijn scootmobiel. Indien eiser problemen verwacht bij het in- en uitstappen van de trein of bij het verplaatsen tussen de sporen, kan hij NS-assistentie aanvragen. Mocht het zo zijn dat eiser ondanks gebruik van een hulpmiddel nog niet goed alleen met de trein kan reizen, zou hij er ook voor kunnen kiezen een persoonlijke begeleider te regelen. Deze begeleider kan eiser tijdens zijn reis met verschillende dingen helpen (voortduwen van rolstoel, helpen betreden en verlaten van trein en tillen van bagage). Verweerder heeft tot slot opgemerkt dat bij de besluitvorming de aard, eindbestemming en duur van de reis niet worden betrokken. Ook de beschikbaarheid van begeleiding wordt niet bij de besluitvorming betrokken omdat dit als eigen verantwoordelijkheid van de aanvrager wordt beschouwd.
2. In het bestreden besluit heeft verweerder zich op het standpunt gesteld dat eiser strikt medisch gezien met begeleiding en hulpmiddel met de trein kan reizen. Verweerder is daarbij uitgegaan van de medische beoordeling van zijn arts [A] (hierna: de arts), die in bezwaar telefonisch met eiser heeft gesproken op 3 november 2020 en kennis heeft genomen van (de laatste twee pagina’s van) een brief van neuroloog [B] .
3. Eiser heeft in de eerste plaats aangevoerd dat het onderzoek niet zorgvuldig is geweest. De arts heeft eiser slechts telefonisch gehoord en heeft niet zelf onderzoek bij eiser gedaan.
4. Deze beroepsgrond slaagt niet. Niet is gebleken dat de arts over onvoldoende medische informatie beschikte om een advies uit te kunnen brengen.
5. Eiser heeft verder aangevoerd dat hij niet in staat is gebruik te maken van het openbaar vervoer vanwege zijn neurologische aandoening. Hij wenst een hpkb om een boodschap te doen en zijn sociale contacten te onderhouden. Voor het laatste zal hij naar zijn familie en vrienden moeten reizen. Hij kan slechts een paar minuten zelfstandig lopen. Hij woont bij zijn ouders in huis. Hij heeft geen partner die hem kan begeleiden. Het is voor hem van belang dat hij - los van zijn ouders - zijn vrienden kan bezoeken of een boodschap kan doen. Vanwege zijn overgewicht is begeleiding in een (gewone) rolstoel geen optie. Het vrijwel ondoenlijk om eiser in een rolstoel voort te duwen. Ter onderbouwing van zijn stelling dat hij niet in staat is gebruik te maken van het openbaar vervoer vanwege zijn neurologische aandoening heeft eiser in beroep diverse stukken, waaronder verklaringen van neurologen, overgelegd.
6. De grondslag voor een hpkb vormt het “Indicatieprotocol hoog persoonlijk kilometerbudget (hierna: het Protocol). Volgens het Protocol komt een aanvrager in aanmerking voor een hpkb als de aanvrager:
1. beschikt over een Wmo-vervoersvoorziening (Valys-pas), een Wmo-rolstoel, scootmobiel of OV-begeleiderskaart en
2. gebruik moet maken van een rolstoel of scootmobiel waarvan gewicht, en/of maatvoering in combinatie met de aanvrager (de zogenaamde ‘mens-machinecombinatie’) zodanig is dat deze de grenzen van mogelijkheid tot hulpverlening door de NS overschrijden en/of
3. door persoonsgebonden medische beperkingen van chronische aard vanuit strikt medische optiek niet in staat is met de trein te reizen.
Tussen partijen staat het derde criterium ter discussie.
7.
Naar vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) gaan deze in het Indicatieprotocol neergelegde toekenningscriteria de grenzen van een redelijke beleidsbepaling niet te buiten (vergelijk de uitspraak van de CRVB van 13 juni 2012 [1] ). Daarvan uitgaande moet worden beoordeeld of eiser op grond van
objectieve medische of ergonomische redenenniet in staat is, ook niet met begeleiding, met de trein te reizen, zodat hij recht heeft op een hpkb ter vervanging van de reismogelijkheid per trein. Op grond van de rechtspraak zijn de eisen daarvoor streng en is daar niet snel aan voldaan.
8. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder, op basis van een in bezwaar uitgebracht medisch advies van de arts, tot de conclusie kunnen komen dat bij eiser geen sprake is medische beperkingen van chronische aard op basis waarvan hij uit strikt medische optiek niet in staat is met de trein te reizen, met een (elektrische) rolstoel en met behulp van een begeleider. Verweerder heeft er op gewezen dat eiser gratis een ov-begeleiderskaart kan aanvragen. Daarnaast heeft eiser de mogelijkheid gebruik te maken van Valys begeleid, NS-reisassistentie en een Valys ambassadeur. Dat eiser geen partner heeft hoeft dus geen belemmering te zijn bij het reizen. Voor zover in de door eiser overgelegde verklaringen er op wordt gewezen dat hij niet zelfstandig per trein kan reizen is dat voor de beoordeling niet van belang. Dat eiser niet zelfstandig kan reizen, hoezeer ook begrijpelijk en invoelbaar is dat hij dit graag wil, kan er niet toe leiden dat verweerder hem een hpkb had moeten toekennen.
9. De door eiser in beroep overgelegde medische stukken zijn beoordeeld door de arts. De arts komt in zijn aanvullend medisch advies van 30 maart 2021 tot de conclusie dat de overgelegde brieven van neurologen geen nieuwe medische informatie bevat die relevant is voor de beoordeling van de vraag of eiser in aanmerking komt voor een hpkb. De arts overweegt dat een orthostatische tremor slechts klachten geeft in een staande en dus niet in een zittende of liggende houding. Deze aandoening levert volgens de arts in principe dus geen beperkingen op als gevolg waarvan eiser met gebruikmaking van een rolstoel en van de hulp van een persoonlijk begeleider niet met de trein zou kunnen reizen.
10. De rechtbank heeft in wat eiser heeft aangevoerd geen aanknopingspunten gevonden om dit medisch advies niet te volgen. Op de zitting heeft eiser weliswaar aangevoerd (en ook laten zien) dat hij in een zittende houding ook klachten ervaart maar dit maakt de beoordeling niet anders. Eiser heeft niet duidelijk gemaakt en ook niet medisch onderbouwd dat die klachten er toe leiden dat hij niet met begeleiding met de trein (maar wel in een taxi) kan reizen.
11. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan op 4 mei 2021 door mr. G.P. Loman, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Gena, griffier. De uitspraak wordt openbaar gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.
De griffier is verhinderddeze uitspraak te ondertekenen
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.