ECLI:NL:RBMNE:2021:4831
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenplicht over bankrekening ex-partner
Eiser ontving bijstand vanaf oktober 2018 en werd onderzocht naar aanleiding van een anonieme melding over schilderwerkzaamheden. Verweerder stelde vast dat eiser beschikte over een bankrekening van zijn ex-vriendin, waarvan hij geen bankafschriften overlegde ondanks herhaalde verzoeken. Hierdoor werd het recht op bijstand ingetrokken over de periode 1 januari 2019 tot en met 23 juni 2020.
Eiser voerde aan dat hij niet kon beschikken over de gevraagde bankafschriften omdat zijn ex-vriendin niet meewerkte, maar erkende dat hij leefgeld op die rekening had gestort en een bedrag van €600,- had ontvangen zonder dit te melden. De rechtbank oordeelde dat eiser zijn inlichtingenplicht had geschonden door de bankafschriften niet te overleggen en dat dit voor zijn rekening en risico kwam.
Omdat verweerder niet kon vaststellen of eiser recht had op bijstand in de betreffende periode, was intrekking op grond van de Participatiewet gerechtvaardigd. Het beroep van eiser werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de bijstandsuitkering wegens schending van de inlichtingenplicht wordt ongegrond verklaard.