Eiseres ontving een WAO-uitkering en had daarnaast inkomsten als zelfstandige. Verweerder heeft op basis van gegevens van de Belastingdienst vastgesteld dat eiseres over 2017 en 2018 te veel uitkering heeft ontvangen en heeft deze bedragen teruggevorderd. Eiseres stelde dat zij het besluit pas in november 2020 heeft ontvangen en dat het inkomen onjuist was vastgesteld.
De rechtbank oordeelde dat het beroep ontvankelijk is omdat verweerder niet aannemelijk heeft gemaakt dat het besluit eerder is ontvangen. De rechtbank vond het standpunt van eiseres over het fiscale inkomen en het maatmanloon onvoldoende onderbouwd en verwierp deze bezwaren. Tevens stelde eiseres dat terugvordering vanwege haar financiële situatie niet passend was, maar de rechtbank vond geen dringende reden om van terugvordering af te zien.
De rechtbank wees het beroep af en bevestigde dat eiseres de te veel ontvangen bedragen moet terugbetalen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door rechter Van Kuijeren op 28 september 2021.