Eiseres, Woningexploitatiemaatschappij Nederland B.V., heeft beroep ingesteld tegen het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht wegens het niet tijdig nemen van een nieuw besluit na een eerdere uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De rechtbank stelt vast dat de door de Afdeling opgelegde termijn van twaalf weken voor het nemen van een nieuw besluit op 3 februari 2021 is verstreken zonder dat verweerder een besluit heeft genomen. Hierdoor is het beroep kennelijk gegrond.
De rechtbank legt de maximale dwangsom van € 1.442,- op voor de overschrijding van de beslistermijn en bepaalt dat verweerder binnen twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit moet nemen. Voor elke dag dat verweerder daarna nog in gebreke blijft, moet een dwangsom van € 100,- worden betaald, met een maximum van € 15.000,-.
Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot betaling van het griffierecht en een proceskostenvergoeding van € 374,- aan eiseres. Verweerder had om uitstel verzocht vanwege lockdownbeperkingen, maar de rechtbank wijst dit af omdat er voldoende tijd was om alternatieven te zoeken.