ECLI:NL:RVS:2020:2698
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging lastgeving brandcompartimentering stookinstallatie en proceskostenvergoeding
Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht legde aan WEM drie lasten onder dwangsom op vanwege het zonder vergunning verbouwen van een pand en het gebruik van een stookinstallatie. De rechtbank vernietigde lastgeving 2, maar handhaafde lastgeving 1 en 3. Zowel het college als WEM gingen in hoger beroep.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat lastgeving 2 terecht was vernietigd omdat het college onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de stookinstallatie binnen afzienbare tijd in gebruik zou worden genomen, wat een overtreding van het Bouwbesluit zou opleveren. Tevens oordeelde de Afdeling dat het college onvoldoende had gemotiveerd dat de nominale belasting van de stookinstallatie meer dan 160 kW bedroeg, waardoor lastgeving 1 en 3 onterecht waren opgelegd.
Verder werd geoordeeld dat de rechtbank het college ten onrechte niet in de proceskosten in bezwaar had veroordeeld, omdat het college onrechtmatig had gehandeld door lastgeving 2 in stand te houden. De Afdeling vernietigde het besluit op bezwaar voor zover het lastgeving 1 en 3 betrof en stelde het college in de gelegenheid een nieuw besluit te nemen. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten in bezwaar en hoger beroep aan WEM.
Uitkomst: Lastgeving 1 en 3 worden vernietigd wegens onvoldoende bewijs nominale belasting; het college wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding aan WEM.