ECLI:NL:RBMNE:2021:4920

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
2 augustus 2021
Publicatiedatum
13 oktober 2021
Zaaknummer
UTR 21/2846, 20/4473 en 20/4474
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:6 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken machtiging in bestuursrechtelijke procedure

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen een uitspraak op bezwaar van de gemeente Amersfoort. Het beroep is namens eiseres ingediend door mr. D.A.N. Bartels MRE, maar zonder een toereikende machtiging. De rechtbank heeft Bartels meerdere malen in de gelegenheid gesteld om de ontbrekende machtiging binnen een gestelde termijn te overleggen.

Ondanks deze verzoeken heeft Bartels geen geldige machtiging overgelegd die voldoet aan de wettelijke eisen, waardoor de rechtbank het beroep niet inhoudelijk kan behandelen. De rechtbank verwijst naar artikel 6:6 en Pro artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en eerdere jurisprudentie van de meervoudige kamer.

De rechtbank verklaart het beroep daarom niet-ontvankelijk en wijst een vergoeding van proceskosten af. De uitspraak is gedaan door rechter R.C. Moed en griffier K.F.K. Hoogbruin op 2 augustus 2021 te Utrecht.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een toereikende machtiging.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 20/2846, 20/4473 en 20/4474

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 augustus 2021 in de zaak tussen

mr. D.A.N. Bartels MRE, veronderstellenderwijs handelend namens

[eiseres] ,te [plaats] , eiser(es),
en

de heffingsambtenaar van de gemeente Amersfoort, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser(es) heeft ingediend op 7 augustus 2020 tegen de uitspraak op bezwaar van verweerder van 2 juli 2020.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Het beroepschrift voldoet niet aan de wettelijke eisen, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Het beroep is door mr. D.A.N. Bartels MRE (Bartels) veronderstellenderwijs ingesteld namens [eiseres] . Bij het beroepschrift is geen toereikende machtiging meegestuurd. In artikel 6:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) staat dat een beroep niet-ontvankelijk kan worden verklaard als het beroep niet voldoet aan de wettelijke vereisten. Voordat het beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard moet de indiener van het beroep wel in de gelegenheid zijn gesteld om het verzuim te herstellen.
3. De rechtbank heeft Bartels bij brief van 13 augustus 2020 in de gelegenheid gesteld om uiterlijk binnen vier weken een machtiging in te dienen waaruit blijkt dat hij gemachtigd is om namens [eiseres] beroep in te stellen en in beroep op te treden. Bij brief van
28 augustus 2020 heeft Bartels hierop gereageerd en een volmacht naar de rechtbank gestuurd. De volmacht bevat geen naam namens wie Bartels gemachtigd is om beroep in te stellen en in beroep op te treden. De rechtbank heeft Bartels bij aangetekende brief van
1 oktober 2020 opnieuw een termijn van vier weken gegeven voor het indienen van de machtiging. In deze brief staat dat als Bartels niet (op tijd) aan dit verzoek voldoet, de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk kan verklaren. Bartels heeft niet op deze brief gereageerd.
4. De overgelegde volmacht is dus geen machtiging van [eiseres] . Dat betekent dat er in deze beroepsprocedure geen toereikende machtiging is overgelegd. Bartels heeft geen reden gegeven waarom hij die niet heeft opgestuurd. Zoals de meervoudige kamer van deze rechtbank op 25 juni 2020 heeft beslist, is dit voortaan een reden om het beroep niet-ontvankelijk te verklaren [1] .
5. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54 Awb Pro). Het beroep zal niet inhoudelijk worden behandeld.
6. Van een vergoeding van de proceskosten is geen sprake.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Moed, rechter, in aanwezigheid van
K.F.K. Hoogbruin, griffier. De beslissing is uitgesproken op 2 augustus 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.