Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 oktober 2021 in de zaken tussen
[verzoeker], te [woonplaats 2] , verzoekers
Rechtbank Midden-Nederland
Verzoekers hadden beroep ingesteld tegen besluiten van de korpschef van Politie waarin zij hun bezwaren ongegrond verklaarden omtrent hun plaatsing en toekenning van periodieken. Na wijziging van de besluiten door de korpschef, waarbij verzoekers met terugwerkende kracht werden geplaatst op de functie van operationeel specialist, trokken verzoekers hun beroep in en verzochten om proceskostenvergoeding.
De rechtbank stelde vast dat verweerder gedeeltelijk aan de beroepen tegemoet was gekomen en dat verzoekers tijdens de bezwaarfase geen proceskostenvergoeding hadden gevraagd, waardoor de beoordeling zich beperkte tot de beroepsfase. Verweerder reageerde niet op het verzoek tot proceskostenvergoeding.
De rechtbank veroordeelde verweerder tot vergoeding van de proceskosten van verzoekers, vastgesteld op € 748,- voor rechtsbijstand, en wees erop dat verweerder tevens verplicht is het betaalde griffierecht van € 340,- te vergoeden. De uitspraak werd gedaan zonder zitting en het onderzoek werd gesloten.
Uitkomst: Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van € 748,- en het griffierecht van € 340,- aan verzoekers.