ECLI:NL:RBMNE:2021:4987

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
14 oktober 2021
Publicatiedatum
18 oktober 2021
Zaaknummer
UTR 18/1199
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:41 Awb
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning OVW-periodieken en proceskostenvergoeding na intrekking bezwaarbesluit

Verzoeker, werkzaam als operationeel specialist, ontving per 1 januari 2017 de eerste OVW-periodiek behorende bij salarisschaal 10. Na bezwaar werd dit besluit door verweerder ongegrond verklaard. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit. Vervolgens trok verweerder het bezwaarbesluit in en besloot vijf OVW-periodieken toe te kennen aan verzoeker.

Naar aanleiding hiervan trok verzoeker het beroep in en verzocht om vergoeding van de proceskosten. Verweerder reageerde niet binnen de gestelde termijn. De rechtbank besloot daarom het onderzoek zonder zitting te sluiten.

De rechtbank oordeelde dat verweerder aan het beroep van verzoeker tegemoet is gekomen en dat verzoeker recht heeft op vergoeding van de proceskosten in de beroepsfase. De proceskosten werden vastgesteld op € 748,-, exclusief het griffierecht van € 170,- dat verweerder eveneens moet vergoeden.

De rechtbank veroordeelde verweerder tot betaling van deze kosten en wees verzoeker erop dat hij het griffierecht rechtstreeks bij verweerder moet claimen. De uitspraak werd gedaan door rechter Y. Sneevliet en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.

Uitkomst: Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van € 748,- proceskosten en € 170,- griffierecht aan verzoeker.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 18/1199

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 oktober 2021 in de zaak tussen

[verzoeker] , te [woonplaats] , verzoeker

(gemachtigde: mr. W.J. Dammingh),
en

de korpschef van Politie, verweerder.

Procesverloop

In het besluit van 24 augustus 2017 (primair besluit) heeft verweerder aan verzoeker in verband met zijn plaatsing als operationeel specialist per 1 januari 2017 de eerste periodiek van de bij salarisschaal 10 behorende OVW-periodiekenreeks toegekend.
In het besluit van 15 januari 2018 (bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van verzoeker ongegrond verklaard.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
In het besluit van 16 maart 2020 heeft verweerder het bestreden besluit ingetrokken en in plaats daarvan onder meer besloten om aan verzoeker vijf OVW-periodieken toe te kennen.
Naar aanleiding hiervan heeft verzoeker het beroep ingetrokken met daarbij het verzoek verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank heeft verweerder in de gelegenheid gesteld te reageren op dat verzoek.
Verweerder heeft hierop niet binnen de gestelde termijn gereageerd.
Nu geen van partijen desgevraagd heeft verklaard te willen worden gehoord op een zitting, heeft de rechtbank bepaald dat een zitting achterwege blijft en het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.
2. Gelet op de gedingstukken en het hiervoor weergegeven procesverloop is verweerder tegemoet gekomen aan het beroep van verzoeker.
3. Verzoeker heeft tijdens de bezwaarfase niet verzocht om vergoeding van de in bezwaar gemaakte proceskosten. De beoordeling hierna over de gevraagde proceskostenveroordeling beperkt zich daarom tot de beroepsfase.
4. Het verzoek wordt toegewezen. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 748,-, met een wegingsfactor 1.
5. De rechtbank wijst erop dat verweerder op grond van artikel 8:41, zevende lid, van de Awb verplicht is het door verzoeker betaalde griffierecht van € 170,- te vergoeden. Verzoeker zal zich hiervoor dan ook tot verweerder moeten wenden.

Beslissing

De rechtbank:
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 748,-;
- bepaalt dat verweerder het door verzoeker betaalde griffierecht van € 170,- aan hem moet vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. Y. Sneevliet, rechter, in aanwezigheid van mr. L.Y. Wong, op 14 oktober 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden. U ziet deze datum hierboven.