ECLI:NL:RBMNE:2021:5003
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen vastgestelde WOZ-waarde van woning in Utrecht
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de door verweerder vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning aan een adres in Utrecht, vastgesteld op €314.000,- met waardepeildatum 1 januari 2019. Verweerder handhaafde deze waarde na bezwaar. Tijdens de zitting op 26 augustus 2021 werd het beroep behandeld met vertegenwoordiging van beide partijen en een taxateur.
De rechtbank oordeelt dat verweerder voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld. Dit is onderbouwd met een taxatiematrix waarin de woning is vergeleken met vier referentiewoningen uit dezelfde bouwperiode en vergelijkbare kenmerken, waarbij rekening is gehouden met kwaliteit, onderhoud, voorzieningen, uitstraling en ligging.
Eiser voerde diverse beroepsgronden aan, waaronder onvoldoende correctie van verschillen tussen woningen, het waardedrukkende effect van de ligging aan een doorgaande weg, gedateerde voorzieningen en het niet meenemen van drie andere verkoopcijfers. De rechtbank wijst deze gronden af omdat verweerder de waardering voldoende inzichtelijk heeft gemaakt en de verschillen adequaat heeft verwerkt.
De rechtbank concludeert dat de vastgestelde WOZ-waarde van €314.000,- niet te hoog is en verklaart het beroep ongegrond. Er wordt geen proceskostenveroordeling of griffierechtvergoeding toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €314.000,- wordt ongegrond verklaard.