ECLI:NL:RBMNE:2021:5008
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vastgestelde WOZ-waarde van woning in Utrecht
Eiser maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning aan een adres in Utrecht, vastgesteld op €262.000,- voor het belastingjaar 2020. Verweerder handhaafde deze waarde na bezwaar, waarna eiser beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld. Dit is onderbouwd met een taxatiematrix waarin de woning is vergeleken met vier vergelijkbare referentiewoningen uit dezelfde bouwperiode en omgeving, met verkoopprijzen rond de waardepeildatum.
Eiser trok tijdens de zitting enkele beroepsgronden in, waaronder die over isolatie en vergelijkbaarheid van referentieobjecten. Andere aangevoerde gronden, zoals bodemverontreiniging, burenoverlast, gedateerde voorzieningen en niet-betrokken verkoopcijfers, werden door de rechtbank niet gegrond verklaard vanwege onvoldoende bewijs of onvoldoende impact op de waarde.
De rechtbank concludeerde dat verweerder de waarde op juiste wijze heeft vastgesteld en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €262.000,- wordt ongegrond verklaard.